fbpx
Terug naar nieuwsoverzicht

Geen top zonder flop: niet elke innovatie uit Claas’ ideeënfabriek is raak

In 2004 draaide de Friese loonwerker Ronald Bos als eerste in Nederland met een Claas Cougar 1400. Een indrukwekkende machine die in de markt maar een beperkt succes had en daardoor in 2011 uit productie werd genomen. Foto: Bas van Hattum

Net als andere bedrijven in de branche probeert Claas regelmatig iets uit dat de praktijk uiteindelijk niet haalt, of slechts een tijdelijk of gering succes teweeg brengt. Een overzicht van een aantal bekende en ook minder bekende projecten van de fabrikant die de markt niet of nauwelijks hebben bereikt.

Claas had bij de grote concurrenten in de jaren vijftig de reputatie dat het snel verbeteringen kon doorvoeren. In een familiebedrijf, en dat is Claas nog steeds, kan snel worden beslist. Als de baas – lees de eigenaar – wat wil, dan gaat dat ook gebeuren.

De geschiedenis van Claas gaat terug tot het begin van de landbouwwerktuigenindustrie. Het is er een met veel successen. Maar net als in ieder bedrijf, is niet iedere klap raak. Enig experimenteren af en toe is ook noodzakelijk om kennis en ervaring op te doen; ‘mislukte’ projecten leveren vaak een bijdrage aan andere, nieuwe producten.

Lees verder onder de foto’s; bekijk nog veel meer foto’s onderaan dit artikel

Agritechnica 2013: de Claas HSG, oorspronkelijk bedoeld als experimenteel voertuig (1968-1972) voor het ontwikkelen van hydrostatische transmissies voor maaidorsers, maar al snel doorontwikkeld naar een trekkerproject. Het plan was om samen met Daimler-Benz een trekker voor het zwaardere segment te ontwikkelen. Het plan strandde deels door bezuinigingen bij Claas, deels waarschijnlijk ook door hoge ontwikkelingskosten om tot een goed product te komen en beperkte verwachtingen van de markt. Mercedes-Benz had parallel de MB Trac ontwikkeld en toonde type 65/70 op de Agritechnica in 1972 voor het eerst aan het publiek. Toch wordt het HSG-project (Hydrostatisches Getriebe) gezien als voorloper van Project 207, dat leidde tot de productie van de Claas Xerion. Foto: Martin Smits
Agritechnica 2013: de Claas HSG, oorspronkelijk bedoeld als experimenteel voertuig (1968-1972) voor het ontwikkelen van hydrostatische transmissies voor maaidorsers, maar al snel doorontwikkeld naar een trekkerproject. Het plan was om samen met Daimler-Benz een trekker voor het zwaardere segment te ontwikkelen. Het plan strandde deels door bezuinigingen bij Claas, deels waarschijnlijk ook door hoge ontwikkelingskosten om tot een goed product te komen en beperkte verwachtingen van de markt. Mercedes-Benz had parallel de MB Trac ontwikkeld en toonde type 65/70 op de Agritechnica in 1972 voor het eerst aan het publiek. Toch wordt het HSG-project (Hydrostatisches Getriebe) gezien als voorloper van Project 207, dat leidde tot de productie van de Claas Xerion. Foto: Martin Smits

Spraakmakende Xerion

Typisch voor Claas is dat het enige vasthoudendheid en lange adem bij de ontwikkeling van een nieuw product niet kan worden ontzegd. Het meest spraakmakende voorbeeld is de Xerion, waarmee Claas sinds 1979 tegen de stroom oproeide en inmiddels een unieke plaats in de wereld heeft veroverd.

Hoewel Claas jarenlang vooral een maaidorser- en later ook hakselaarfabrikant was, speelde het bedrijf al vanaf de jaren vijftig met de gedachte om een trekker te ontwikkelen. Het bouwde meerdere prototypes, en ook de gedachte van een multifunctionele trekker speelde altijd. Toch zou het zich pas vanaf 2003, door de overname van Renault (in 2008 de volledige overname), echt tot de trekkerfabrikanten kunnen rekenen.

Nordhorn 2024: Xerion met Holmer-opbouwbietenrooier in actie. Foto: Martin Smits
Nordhorn 2024: Xerion met Holmer-opbouwbietenrooier in actie. Foto: Martin Smits

Zelfrijdende Cougar was trendvolger, geen trendsetter

Met de zelfrijdende Cougar-maaier was Claas in 2003 geen trendsetter, maar een trendvolger. Om zich te onderscheiden bouwde het een indrukwekkende machine die zich wel duidelijk onderscheidde van de concurrenten, maar in de markt geen succes werd. Ook in het Duitse Harsewinkel staat blijkbaar geen glazen bol om succes te voorspellen.

In 2003 stelde de fabrikant op de Agritechnica de Cougar 1400-zelfrijdende maaimachine voor. Met vijf maaiers en een totale werkbreedte van 14 meter was dat destijds de breedste maaier op de markt. De zelfrijder was een reactie op het succes van de al in 1996 verschenen Big M van Krone. In 2005 is de Cougar op de Sima in Parijs nog bekroond met een zilveren medaille en benoemd tot ‘Machine of the year’.

In 2006 werd de Cougar ook leverbaar als zelfrijdende klepelmaaier. Met vijf klepelmaaiers van Spearhead had de machine met zijn 480 pk Daimler/Chrysler OM 475-zescilinder motor dan 12,6 meter werkbreedte. De Cougar was vierwielgestuurd en had automatiek aan boord om de maaiers bij het draaien op de kopakker op het juiste moment te laten heffen en zakken. In- en uitklappen van de maaiers en omkeren van de cabine voor transportstand verliep geautomatiseerd in minder dan een halve minuut. Wisselen van de maaiers voor klepelmaaiers nam ongeveer 2,5 uur in beslag. Het idee zal zijn geweest om de Cougar, die maar mondjesmaat werd verkocht, wat breder inzetbaar te maken.

De Cougar had een gewicht van tegen de 20 ton en een prijskaartje rond €380.000. De weliswaar kleinere Krone Big M zat in die periode nog onder €300.000. Maar behalve gewicht en prijs verklaren ook de afmetingen en gecompliceerdheid van het totale concept de betrekkelijk geringe belangstelling in de markt. In 2011 viel het doek voor de Cougar.

Dure werktuigendrager Huckepack

In 1957 kwam de Claas Huckepack op de markt. Een werktuigendrager die in een uur tijd was om te bouwen tot maaidorser. Althans, zo bracht Claas het. De Huckepack was relatief duur in aanschaf. In drie jaar tijd maakte de fabriek er maar 1.028, waarvan er 104 als werktuigendrager zonder maaidorser zijn geleverd.

Het voertuig was aanvankelijk voorzien van een liggende 12 pk Hatz-dieselmotor, maar al snel werd dat een 15 pk MWM-boxermotor. Het dorsgedeelte had een 27 pk VW-benzinemotor. De werktuigendrager beschikte over een aftakas en een hydraulische hefinrichting. Voor gebruik als trekker kon het bedieningsplatform 180 graden draaien. Het boek ‘100 Jahre besser ernten’ citeert Helmut Claas: “Het idee om een maaidorser op een dragend voertuig te plaatsen werd te vroeg op de markt gebracht. Hydrauliek stond nog in de kinderschoenen en snelkoppelingen waren nog niet voorhanden. Tweemaal per jaar ombouwen was te complex, waardoor de gebruikers de machine na enkele jaren alleen nog als maaidorser gebruikten. Daarmee was de episode voorbij.”

Een andere belangrijke reden was dat de Columbus-zelfrijder op de markt kwam. Een bestseller waarvan Claas er 75 per dag (!) produceerde. De Columbus drukte de Huckepack naar de achtergrond.

Claas Huckepack op de Agritechnica 2013. Dat het bestuurdersplatform aan de rechterkant zit, is waarschijnlijk zo gekozen om de werktuigendrager in omgekeerde rijrichting voor ander werk te gebruiken. Meer als trekker? Foto: Martin Smits
Claas Huckepack op de Agritechnica 2013. Dat het bestuurdersplatform aan de rechterkant zit, is waarschijnlijk zo gekozen om de werktuigendrager in omgekeerde rijrichting voor ander werk te gebruiken. Meer als trekker? Foto: Martin Smits

Multifunctionele trekker

In 1978 start Claas project 207 om een multifunctionele trekker te ontwikkelen. Na een lange en moeizame ontwikkelingstijd leidde dat in 1993 tot de introductie van de Claas Xerion. Aanvankelijk bleef het bij kleine aantallen, slechts tientallen. De echte serieproductie begon pas in 2003. Aanvankelijk zeker geen top, maar uiteindelijk ook geen flop. Al bleef een deel van het project wel in de prototype- en nulseriefase hangen: Claas experimenteerde onder andere met de mogelijkheid de Xerion om te bouwen tot hakselaar, bietenrooier en maaidorser.

De tijd haalde de hakselaar in: zelfrijders kregen steeds meer motorvermogen, waardoor de aanvankelijk 246 pk sterke Xerion geen partij meer was. In 1980-1981 zijn twee prototypes van een aanbouwmaaidorser gebouwd. Dat bleek te gecompliceerd. In 1988 volgde het prototype van een opbouwmaaidorser, maar ook dat is niet doorgezet. In de periode 1982-1996 werkte Claas samen met Kleine, Bleinroth en Holmer aan bietenrooiers. Enigszins succesvol was de Holmer-variant met 8-kuubs bunker, maar ook dat bleef bij enkele stuks.

Van Dominator naar Commander

De markt voor maaidorsers heeft een aanhoudende honger naar meer capaciteit. Maar aan afmetingen van machines zitten grenzen. In de Verenigde Staten vonden International Harvester, White en Allis Chalmers (Gleaner) de oplossing in schudderloze machines met roterende afscheidingstrommels.

Als reactie, vooral op het succes van International Harvester, kwam Claas met een eigen oplossing: in 1981 voorzag het een Dominator 116 CS met het ‘Cylinder-System’. Na de dorstrommel vervingen acht trommels de schudders. Een flinke meerprijs, korter stro, problemen met vochtig stro, te weinig motorvermogen, en onderhoudskosten die dubbel zo hoog waren als bij de grootste Dominator 106 en 108-schuddermachines, maakten de machine niet geliefd. De naam werd omgedoopt tot Commander en kleinere modellen volgden. Topmodel 228 CS bleef nog tot 1995 in productie. De Lexion met twee rotors in de lengterichting werd geboren.

Farm Progress 2013: de Commandor 228CS van de gebroeders Birky (Foosland, VS). Hun loonbedrijf gaat voornamelijk met rupsvoertuigen het land op, waaronder Claas Lexions. De Commander op rupsen is een exoot onder de toch al relatief zeldzame Commanders, en is terugverkocht naar Harsewinkel. Foto: Martin Smits
Farm Progress 2013: de Commandor 228CS van de gebroeders Birky (Foosland, VS). Hun loonbedrijf gaat voornamelijk met rupsvoertuigen het land op, waaronder Claas Lexions. De Commander op rupsen is een exoot onder de toch al relatief zeldzame Commanders, en is terugverkocht naar Harsewinkel. Foto: Martin Smits

Auteur: Martin Smits

Dit artikel staat in TREKKER-jaarboek 2026 ‘Renault en Claas’. Ben je geïnteresseerd in dit TREKKER-jaarboek? Neem een abonnement op TREKKER of mail naar Misset-klantenservice.

Midden jaren vijftig bouwde Claas de Jumbo. Of het toen daadwerkelijk plannen had om trekkers te produceren is onduidelijk. Volgens medewerkers uit die tijd zou de productiecapaciteit het niet hebben toegelaten om in de trekkerproductie te stappen. Anderzijds is er ook de lezing dat de trekker alleen is gebouwd om de motor te testen. Hij was voorzien van de eerste en enige eigen Claas-dieselmotor. De LD40 was een 4,2 liter 72 pk luchtgekoelde lijnmotor. Zou Claas de Jumbo op de markt hebben gebracht, dan was dat de zwaarste trekker voor de Duitse markt geweest.

In 1983-1985 experimenteerde Claas met drie prototypes van de Farmtrac. Een door een 45 pk driecilinder Perkins aangedreven hydrostaat, ontworpen als multifunctioneel inzetbare hellingtrekker: laag zwaartepunt, vieriwelaandrijving, hefinrichting en aftakas voor en achter. Niet in productie gegaan, maar een aantal onderdelen zijn toegepast in de terreinheftruck Unitrac. Een gerestaureerd exemplaar van de Farmtrac is nog in bezit van Claas.

Ook na het avontuur met de Huckepack van 1957 bleef een multifunctioneel voertuig Helmut Claas intrigeren. Twintig jaar later is het idee weer opgepakt om een multifunctioneel voertuig te bouwen dat ook als maaidorser kon dienen. Het bleef bij dit prototype.

Feldtag Nordhorn 2022: het complete Huckepack-systeem, inclusief de hulpstukken voor het op- en afbouwen van de maaidorser. Foto: Martin Smits

Eind jaren zestig zette Claas de eerste voet aan wal in Noord-Amerika. Via Ford leverde het de maaidorsers in het blauw. Tegelijk werd het geconfronteerd met de vraag naar meer capaciteit. Bovendien was in Europa korrelmais in opkomst. In 1970 verscheen een futuristisch uitziend prototype van een maaidorser met een zesrijïge maispukker op de DLG-tentoonstelling in Keulen. Deze kwam nooit in productie. Onderhuids waren zadeltanks een opvallend verschil met de Claas-maaidorsers uit die tijd. Hoge kosten om de exotisch gevormde machine in productie ter nemen wordt als reden genoemd dat het bleef bij een enkel prototype.

'Er hat eine gewissen Ähnlichkeit mit einer Rakete'. Hij lijkt wat op een raket, zo begint het bericht uit 2004 naar aanleiding van de opening van een nieuwe hal door Helmut Claas bij het Landwirtschaftsmuseum in Stuttgart-Hohenheim. Daar werd het kort daarvoor gerestaureerde en waarschijnlijk einige nog complete exemplaar van de Claas Apollo-hetelucht-grasdroger opgesteld. „Nog nooit is een goed doordacht en zorgvuldig gecalculeerde technische oplossing vanuit het stadium van productierijpheid in het museum beland, schrijven Görg en Kemper in hun boek 'Claas, mehr als 90 Jahre Landtechnik'. De mobiele grasdroger, die het product in briketten perste, kwam in 1972 op de markt. De naam Apollo was afgeleid van het Amerikaanse ruimtevaartproject dat in die tijd tot de verbeelding sprak. Het systeem werkte, maar de capaciteit was gering. Ongeveer 75 hectare vers gras per seizoen zou de droogtrommel, die inderdaad gelijkenis toont met een enorme raketmotor, kunnen verwerken. Begin jaren zeventig brak de eerste oliecrisis uit. Brandstof werd in korte tijd meer dan dubbel zo duur, wat het systeem in een klap van de kaart veegde. In samenhang met het Apollo-project bouwde Claas de Rapido-hakselwagen. Concurrenten bouwden soortgelijke wagens, maar hadden net als Claas beperkt succes.

Gerelateerde tags: , , , ,

Gerelateerde artikelen

Afbeelding artikel

Trekker of machine verzekeren: hier let je op

Trekkers of machines verzekeren is altijd verstandig. Niet alleen vanwege de waarde, maar juist vanwege de risico’s die erbij komen kijken.
Afbeelding artikel

Fendt verkocht in 2025 de meeste trekkers in Nederland

In 2025 zijn in Nederland 2.205 nieuwe trekkers op kenteken gezet. Fendt verkocht de meeste, John Deere levert in.
Afbeelding artikel

Monarch Tractor maakt doorstart en focust op autonomie-software

Monarch Tractor maakt een doorstart en verlegt de focus van eigen trekkers bouwen naar ontwikkelen van autonomie-software voor anderen.