Geen top zonder flop: niet elke innovatie uit Claas’ ideeënfabriek is raak
Net als andere bedrijven in de branche probeert Claas regelmatig iets uit dat de praktijk uiteindelijk niet haalt, of slechts een tijdelijk of gering succes teweeg brengt. Een overzicht van een aantal bekende en ook minder bekende projecten van de fabrikant die de markt niet of nauwelijks hebben bereikt.
Claas had bij de grote concurrenten in de jaren vijftig de reputatie dat het snel verbeteringen kon doorvoeren. In een familiebedrijf, en dat is Claas nog steeds, kan snel worden beslist. Als de baas – lees de eigenaar – wat wil, dan gaat dat ook gebeuren.
De geschiedenis van Claas gaat terug tot het begin van de landbouwwerktuigenindustrie. Het is er een met veel successen. Maar net als in ieder bedrijf, is niet iedere klap raak. Enig experimenteren af en toe is ook noodzakelijk om kennis en ervaring op te doen; ‘mislukte’ projecten leveren vaak een bijdrage aan andere, nieuwe producten.
Lees verder onder de foto’s; bekijk nog veel meer foto’s onderaan dit artikel

Spraakmakende Xerion
Typisch voor Claas is dat het enige vasthoudendheid en lange adem bij de ontwikkeling van een nieuw product niet kan worden ontzegd. Het meest spraakmakende voorbeeld is de Xerion, waarmee Claas sinds 1979 tegen de stroom oproeide en inmiddels een unieke plaats in de wereld heeft veroverd.
Hoewel Claas jarenlang vooral een maaidorser- en later ook hakselaarfabrikant was, speelde het bedrijf al vanaf de jaren vijftig met de gedachte om een trekker te ontwikkelen. Het bouwde meerdere prototypes, en ook de gedachte van een multifunctionele trekker speelde altijd. Toch zou het zich pas vanaf 2003, door de overname van Renault (in 2008 de volledige overname), echt tot de trekkerfabrikanten kunnen rekenen.

Zelfrijdende Cougar was trendvolger, geen trendsetter
Met de zelfrijdende Cougar-maaier was Claas in 2003 geen trendsetter, maar een trendvolger. Om zich te onderscheiden bouwde het een indrukwekkende machine die zich wel duidelijk onderscheidde van de concurrenten, maar in de markt geen succes werd. Ook in het Duitse Harsewinkel staat blijkbaar geen glazen bol om succes te voorspellen.
In 2003 stelde de fabrikant op de Agritechnica de Cougar 1400-zelfrijdende maaimachine voor. Met vijf maaiers en een totale werkbreedte van 14 meter was dat destijds de breedste maaier op de markt. De zelfrijder was een reactie op het succes van de al in 1996 verschenen Big M van Krone. In 2005 is de Cougar op de Sima in Parijs nog bekroond met een zilveren medaille en benoemd tot ‘Machine of the year’.
In 2006 werd de Cougar ook leverbaar als zelfrijdende klepelmaaier. Met vijf klepelmaaiers van Spearhead had de machine met zijn 480 pk Daimler/Chrysler OM 475-zescilinder motor dan 12,6 meter werkbreedte. De Cougar was vierwielgestuurd en had automatiek aan boord om de maaiers bij het draaien op de kopakker op het juiste moment te laten heffen en zakken. In- en uitklappen van de maaiers en omkeren van de cabine voor transportstand verliep geautomatiseerd in minder dan een halve minuut. Wisselen van de maaiers voor klepelmaaiers nam ongeveer 2,5 uur in beslag. Het idee zal zijn geweest om de Cougar, die maar mondjesmaat werd verkocht, wat breder inzetbaar te maken.
De Cougar had een gewicht van tegen de 20 ton en een prijskaartje rond €380.000. De weliswaar kleinere Krone Big M zat in die periode nog onder €300.000. Maar behalve gewicht en prijs verklaren ook de afmetingen en gecompliceerdheid van het totale concept de betrekkelijk geringe belangstelling in de markt. In 2011 viel het doek voor de Cougar.
Dure werktuigendrager Huckepack
In 1957 kwam de Claas Huckepack op de markt. Een werktuigendrager die in een uur tijd was om te bouwen tot maaidorser. Althans, zo bracht Claas het. De Huckepack was relatief duur in aanschaf. In drie jaar tijd maakte de fabriek er maar 1.028, waarvan er 104 als werktuigendrager zonder maaidorser zijn geleverd.
Het voertuig was aanvankelijk voorzien van een liggende 12 pk Hatz-dieselmotor, maar al snel werd dat een 15 pk MWM-boxermotor. Het dorsgedeelte had een 27 pk VW-benzinemotor. De werktuigendrager beschikte over een aftakas en een hydraulische hefinrichting. Voor gebruik als trekker kon het bedieningsplatform 180 graden draaien. Het boek ‘100 Jahre besser ernten’ citeert Helmut Claas: “Het idee om een maaidorser op een dragend voertuig te plaatsen werd te vroeg op de markt gebracht. Hydrauliek stond nog in de kinderschoenen en snelkoppelingen waren nog niet voorhanden. Tweemaal per jaar ombouwen was te complex, waardoor de gebruikers de machine na enkele jaren alleen nog als maaidorser gebruikten. Daarmee was de episode voorbij.”
Een andere belangrijke reden was dat de Columbus-zelfrijder op de markt kwam. Een bestseller waarvan Claas er 75 per dag (!) produceerde. De Columbus drukte de Huckepack naar de achtergrond.

Multifunctionele trekker
In 1978 start Claas project 207 om een multifunctionele trekker te ontwikkelen. Na een lange en moeizame ontwikkelingstijd leidde dat in 1993 tot de introductie van de Claas Xerion. Aanvankelijk bleef het bij kleine aantallen, slechts tientallen. De echte serieproductie begon pas in 2003. Aanvankelijk zeker geen top, maar uiteindelijk ook geen flop. Al bleef een deel van het project wel in de prototype- en nulseriefase hangen: Claas experimenteerde onder andere met de mogelijkheid de Xerion om te bouwen tot hakselaar, bietenrooier en maaidorser.
De tijd haalde de hakselaar in: zelfrijders kregen steeds meer motorvermogen, waardoor de aanvankelijk 246 pk sterke Xerion geen partij meer was. In 1980-1981 zijn twee prototypes van een aanbouwmaaidorser gebouwd. Dat bleek te gecompliceerd. In 1988 volgde het prototype van een opbouwmaaidorser, maar ook dat is niet doorgezet. In de periode 1982-1996 werkte Claas samen met Kleine, Bleinroth en Holmer aan bietenrooiers. Enigszins succesvol was de Holmer-variant met 8-kuubs bunker, maar ook dat bleef bij enkele stuks.
Van Dominator naar Commander
De markt voor maaidorsers heeft een aanhoudende honger naar meer capaciteit. Maar aan afmetingen van machines zitten grenzen. In de Verenigde Staten vonden International Harvester, White en Allis Chalmers (Gleaner) de oplossing in schudderloze machines met roterende afscheidingstrommels.
Als reactie, vooral op het succes van International Harvester, kwam Claas met een eigen oplossing: in 1981 voorzag het een Dominator 116 CS met het ‘Cylinder-System’. Na de dorstrommel vervingen acht trommels de schudders. Een flinke meerprijs, korter stro, problemen met vochtig stro, te weinig motorvermogen, en onderhoudskosten die dubbel zo hoog waren als bij de grootste Dominator 106 en 108-schuddermachines, maakten de machine niet geliefd. De naam werd omgedoopt tot Commander en kleinere modellen volgden. Topmodel 228 CS bleef nog tot 1995 in productie. De Lexion met twee rotors in de lengterichting werd geboren.

Auteur: Martin Smits
Dit artikel staat in TREKKER-jaarboek 2026 ‘Renault en Claas’. Ben je geïnteresseerd in dit TREKKER-jaarboek? Neem een abonnement op TREKKER of mail naar Misset-klantenservice.
Gerelateerde tags: Claas, Jaarboek, Renault, Trekkers, Werktuigendragers