fbpx
Terug naar nieuwsoverzicht

Deze Deense loonwerker/constructeur ademt Claas Xerion

De Claas Xerion 3300 staat hier voor de door loonwerker annex constructeur Kaj Petersen zelfgebouwde Green Trans-mesttank van 22 kuub. Deze heeft wielaandrijving en hondengang. Foto's: John Christensen

Loonwerker Kaj Petersen rijdt al 55 seizoenen mest uit rond het Deense Bylderup-Bov. Tegenwoordig gaat dat met een Xerion 3300 waarachter hij via een zwanenhalsconstructie een zelfgebouwde Green Trans-mesttank heeft aangekoppeld. Maar de 3300 had veel voorgangers. De loonwerker annex constructeur heeft een kwart eeuw gedeelde geschiedenis met het Xerion-team van Claas.

Loonwerker Kaj Petersen had in 1999 moeite om de juiste machine te vinden om grasland te bemesten in hondengang en met een hoge capaciteit. Hij had geen zin en mogelijkheid om 2 tot 2,5 miljoen Deense kronen (dik €100.000) te spenderen aan een TerraGator, zoals veel van zijn concurrenten die aanschaften; een machine die maar één taak kon uitvoeren en per jaar niet veel uren draaide.

Het gloednieuwe Xerion-concept leek in 1999 de oplossing. Een Claas Xerion 2500 voor een zelfbouw zwanenhals-mesttank, dát was het idee. Hij kende die trekker in saddletrac-uitvoering – met een van Kaweco afkomstige opbouw met totale mestcapaciteit van 12 kuub in tanks op de laadbak en aan de voorkant – al van een landbouwbeurs in Noord-Duitsland. Hij zag meer in deze speciale trekker met draaibare cabine en vier even grote, bestuurbare wielen op een stijf frame, en de krachtige HM-8-transmissie.

Eerste Xerion rechtstreeks van Claas gekocht

Het was een heel nieuw concept dat pas twee jaar eerder in Duitsland op de markt was gekomen, maar dat maakte Kaj niet uit. Hij mocht als enige de eerste Xerion rechtstreeks van Claas kopen. “Ik had daarover geen enkele twijfel. Ik wist dat het de grote passie van eigenaar Helmut Claas was om een trekker als de Xerion te bouwen, en dat Claas de HM8-transmissie had ontwikkeld om 190 pk over te brengen.” Kaj kende ook de hakselaars van Claas, waarvan hij er op een gegeven moment drie in het machinepark had. Een tijdlang leverde Claas ook de maaidorser.

Hij deed veel ervaring op met de Xerion 2500 en bouwde tegelijkertijd een nauwe band op met het management van het Xerion-project van Claas, dat inzag dat het wel iets kon leren van de ambitieuze en creatieve Deen. Kaj Petersen en zijn zonen waren regelmatig te gast in Harsewinkel. Ze leverden daar praktische input en testten ook de Xerion 3150 en de eerste 3300. Twee van de slechts zes Xerion 3150’s die zijn gebouwd reden in Denemarken, uiteraard bij Kaj en zijn zoon Henning. In totaal werkten afgelopen kwart eeuw tien Xerions op het loonwerkbedrijf, met een 3300 als laatste en grootste.

Lees verder onder de foto’s; bekijk meer foto’s onderaan dit artikel

Kaj Petersen begon zijn loonbedrijf in 1966 en staat bekend om het zelf bouwen of verbouwen van zijn machines. Het bedrijf piekte met bijna twintig werknemers en drie ploegen, tegenwoordig kunnen ze het met minder af. Zoon Henning nam het over in 2014. Petersen was de eerste Deense loonwerker die met een Xerion reed.
Kaj Petersen begon zijn loonbedrijf in 1966 en staat bekend om het zelf bouwen of verbouwen van zijn machines. Het bedrijf piekte met bijna twintig werknemers en drie ploegen, tegenwoordig kunnen ze het met minder af. Zoon Henning nam het over in 2014. Petersen was de eerste Deense loonwerker die met een Xerion reed.

Speciaalbouw

Dankzij de goede reputatie die ze genoten bij Claas, kreeg de loonwerker annex constructeur rond 2005 de opdracht om op twee Xerions een mobiele kraan te bouwen. Dit gebeurde in samenwerking met Give Krannservice. Beide klanten zagen het voordeel van een stabiel, maar tegelijk mobiel en voor het terrein geschikt platform, met een groot bereik in de vorm van een Palfinger-kraan. Die kon tot 32 meter worden uitgeschoven. Het resultaat was succesvol, beide mobiele Xerion-kranen zijn voor zover bekend nog steeds in gebruik.

Zelf ontworpen mesttank

Op het eigen loonbedrijf is de Xerion 3300 nog steeds in gebruik. Met een zelfgebouwde zwanenhals-mesttank erachter haalt Petersen een grote capaciteit voor het uitrijden van mest. Hij neemt 22 kuub mee. De reden om zelf een mesttank te bouwen, was dat bij de introductie van de Xerion 2500 in 1999 alleen een Kaweco-opbouw beschikbaar was om mest uit te rijden. Die bestond uit een vaste tank achterop en een fronttank, met een totale capaciteit van 12 kuub mest.

De Xerion van Kaj was de eerste in Denemarken. Hij wilde meer capaciteit dan die Kaweco-opbouw kon bieden, een zwanenhalsoplossing leek voor de hand te liggen. Het Xerion-concept kwam volgens hem niet alleen volledig tot zijn recht met een wagen aan de trekhaak, het werd pas écht interessant als een deel van het gewicht op de Xerion kon worden overgedragen. De zwanenhalsoplossing legt namelijk 10 ton gewicht op de achteras van de trekker, via een kogeltrekhaak tussen de assen.

Kaj Petersen en zonen leverden praktische input voor het ontwikkelteam van Claas en testten onder andere de Xerion 3150 en de eerste 3300. Twee van de slechts zes Xerion 3150’s die zijn gebouwd reden in Denemarken, uiteraard bij Kaj en zijn zoon Henning.
Kaj Petersen en zonen leverden praktische input voor het ontwikkelteam van Claas en testten onder andere de Xerion 3150 en de eerste 3300. Twee van de slechts zes Xerion 3150’s die zijn gebouwd reden in Denemarken, uiteraard bij Kaj en zijn zoon Henning.

Zelf bouwen vergt 200% inzet

Probleem: er bestond geen mestwagen met zwanenhals. Daarom moest de loonwerker er zelf een bouwen. Voor de eerste versie gebruikte hij enkele kant-en-klare onderdelen van andere leveranciers. Latere modellen zijn door Kaj, zijn twee zonen Henning en Peter en de medewerkers zelf gebouwd. “Het ging ons er zowel om geld besparen als om iets bouwen dat de anderen niet hadden”, zegt Kaj met een glimlach.

Een kennis met verstand van IT en twee rechterhanden maakte de besturing voor de Green Trans-mesttanks, waarbij de wagen met trek- en stuurinrichting op beide assen achter de Xerion aanrijdt. Tegenwoordig is dit standaard, maar destijds werd het vanaf nul ontwikkeld en geprogrammeerd. “Als je zelf je machines bouwt, moet je dat voor 200% doen. Ze moeten veel beter zijn dan in de fabriek gebouwde machines. Anders kom je als ‘die vent met dat rare ding’ bekend te staan”, voegt Henning toe.

“Claas was daarbij niet erg behulpzaam; ze konden zich niets voorstellen bij een zwanenhals-mesttank. We kregen zelfs geen antwoord op vrij eenvoudige vragen, zoals waar we de bevestiging voor de tank het best op de Xerion zouden kunnen plaatsen”, herinnert Kaj zich die tijd waarin hij veel Duitse ingenieurs en projectleiders op bezoek had.

Ook mesttankfabrikant Samson kwam langs om de oplossing van de loonwerker te bestuderen, en bouwde later de TGX voor de Xerion en knikgestuurde trekkers. Maar zonder veel succes. “Onze wagen was lang niet zo geavanceerd als die van Samson. Wij wilden geen tijd verspillen aan het creëren van ruimte voor een extra kuub mest in de achterkant, terwijl we al 22 kuub hadden. We gebruikten die ruimte wel voor de hydrauliek”, zegt Kaj. Het jaar na de eerste Deense zwanenhals-mesttank kreeg Claas het voor elkaar om Kaweco er een te laten bouwen.

Via de zwanenhalsverbinding draagt de Xerion 3300 zo’n 10 ton van de 22-kuubs mesttank. Ook de hydrauliekslangen van de aftakaspomp gaan via de zwanenhals naar achteren.
Via de zwanenhalsverbinding draagt de Xerion 3300 zo’n 10 ton van de 22-kuubs mesttank. Ook de hydrauliekslangen van de aftakaspomp gaan via de zwanenhals naar achteren.

Xerion 3300 is werkpaard

Over het algemeen hebben de Xerions op het bedrijf goed gepresteerd. De 3300, de laatste Xerion van hun machinepark, is een van de eerste die werd geproduceerd. Hij had op zijn oude dag weliswaar wat problemen, maar lang niet zoveel als bijvoorbeeld de latere 3300’s en de 3800, die onder andere motorproblemen hadden.

Een van de andere machines die voor de Xerion zijn gebouwd, is een frees-vlinderset met drie Howard-frezen van 3 meter. De Xerions zijn ook gebruikt voor een grote balenpers en voor transport tijdens het maisseizoen. “De 3300 is ons werkpaard. Die blijft hier zolang we mest hebben om uit te rijden”, zegt Kaj Petersen resoluut.

De 3300 is het werkpaard van loonwerker Kaj Petersen. “Die blijft hier zolang we mest hebben om uit te rijden.”
De 3300 is het werkpaard van loonwerker Kaj Petersen. “Die blijft hier zolang we mest hebben om uit te rijden.”

Auteur: Claus Solhøj, TraktorTech
Vertaald door: Eric Wientjes

Dit artikel staat in TREKKER-jaarboek 2026 ‘Renault en Claas’. Ben je geïnteresseerd in dit TREKKER-jaarboek? Neem een abonnement op TREKKER of mail naar Misset-klantenservice.

De wielen van de Green Trans-mesttank zijn ver naar achteren geplaatst om te voorkomen dat de Duport-injecteur de balans te veel verstoort.

Door de cabine met de omvangrijke en weinig flexibele bedieningselementen was de Xerion het meest geschikt voor werkzaamheden waarbij je vooral vooruit moet kijken.

De zwanenhalsdissel is keurig afgewerkt met traanplaat. Bijzonder is ook het goede zicht erop, evenals het zicht op de zuigarm, die links van de mesttank is geplaatst.

In totaal werkten afgelopen kwart eeuw tien Xerions op het loonwerkbedrijf. De meeste zijn inmiddels weg of staan te verstoffen.

Gerelateerde tags: , , , ,

Gerelateerde artikelen

Afbeelding artikel

Melkveebedrijf Van Helmond werkt met uitgebreid én kostenefficiënt machinepark

Dirk van Helmond doet praktisch alle landwerk zelf met een compleet machinepark. "Machinewerk is mooi, maar moet wel renderen."
Afbeelding artikel

Team Rocky ontwikkelde toch weer een nieuwe tractorpuller

In 2024 keerde tractorpullingteam Rocky terug op de baan met een Farmall 1206. Lees meer over de bouw van de tractorpuller,...
Afbeelding artikel

Evax neemt Belgische vestiging van Timmerman over

Evax neemt per februari de vestiging van Timmerman in het Belgische Tienen over. Vanuit deze locatie vertegenwoordigt Evax onder meer de...