Korte, compacte Kuhn Venta 330-zaaicombinatie geeft goed zaaibeeld
De Kuhn Venta 330 is in feite een compactere en lichtere variant van de grotere Venta 3030. Bij de Venta 330 is de kouterbalkafstand maar liefst 20 centimeter korter dan bij de Venta 3030. Die eigenschap kan vooral bij mulchzaaien uitdagingen geven, maar is dat ook zo? We zochten het voor je uit.
De Duitse akkerbouwer waar de werktuigtest zou plaatsvinden tijdens het najaarszaaien, gaf als eerste reactie op de korte kouterbalkafstand: ‘bij het mulchzaaien wordt het spannend’. De akkerbouwer zet de 3 meter brede Venta 330 pneumatische zaaimachine, opgebouwd op een Kuhn HRB 303-rotorkopeg, het meest in achter een New Holland TVT 145 met 147 pk. Die kan goed overweg met de 2.640 kilo wegende zaaicombinatie.
Het cijfer 30 in de productnaam van de Venta betekent bij Kuhn dat de zaaimachine is uitgevoerd met dubbele Seedflex-schijfkouters. De Venta is daarnaast ook verkrijgbaar als ‘10’ met sleep- of schaarkouters (Suffolk-kouters) en als ‘20’ met enkele schijfkouters.
Lees verder onder foto’s en kaders
Met bekende rotorkopeg
De HRB 303-rotorkopeg is een bekende machine. Op de rotoras met tien rotoren, met het beproefde snelwisselsysteem voor de tanden, mag je maximaal 160 pk zetten. Buitenwerks is de HRB 303 3,10 meter breed, wat in sommige situaties een uitdaging kan zijn op de weg. Wat werkkwaliteit betreft laat de kopeg zoals verwacht niets te wensen over. Het geleverde werk is op elke grondsoort gewoon goed. Moet wel gezegd: op zeer zware grond kreeg de HRB 303 tijdens de test in Duitsland hulp van een extra rotorkopeg, gemonteerd in de fronthef. In Nederland kiest Reesink Agri er om deze reden voor om dit type kopeg uit te leveren met een rotortoerental van 417 toeren per minuut in plaats van de standaard 270 tpm.
Onze kopeg had een 550 millimeter grote Steelliner-nalooprol met de ringen op 12,5 centimeter afstand van elkaar. Dat geeft enerzijds voldoende draagkracht en anderzijds een lichte voorverdichting voor de zaaimachine. Welk voordeel dat oplevert, lees je in onze conclusie. Die rol heeft standaard afstrijkers. Dat zorgde ervoor dat we zelfs onder vochtige omstandigheden geen problemen ondervonden met aanhechting van grond.
Hydraulische topstang geniet voorkeur
De Venta 100-serie is zodanig opgebouwd dat de zaadtank op de kopeg steunt en het gewicht van de zaaibalk juist meer op de nalooprol terechtkomt. Wil je de combinatie loskoppelen van elkaar, dan is gereedschap nodig. Daarnaast is de tank met een topstang met de aanbouwbok van de kopeg verbonden. Als je daar kiest voor een hydraulische topstang, kun je de zaaibalk ook afzonderlijk uitheffen. Daar opteren wij zonder meer voor. Het komt van pas als je enkel wilt rotorkopeggen of als je zaait in net geploegd land waarin de trekker wegzakt. Dat laatste gaf in ons geval soms uitdagingen wat bodemvrijheid betreft, in combinatie met de hefhoogte van de gebruikte trekker en glooiende percelen.
De zaadtank is met 850 liter net iets groter dan de helft van het volume van de zaadtank van de Venta 3030, een model uit de 1000-serie van Kuhn. Een opzetrand is leverbaar voor 300 liter extra. De standaard tank is voldoende voor circa 600 kilo tarwezaad; bij een dosering van 200 kg/ha moet je na elke 3 hectare bijvullen. Dat is te doen. De vorm van de tank is dusdanig dat de verschillende zaadsoorten goed de tank uitstromen. Ook onder heuvelachtige omstandigheden. De zeef die de roerder en dosering beschermt, mag beter, beter in de zin van minder diep in de tank. Iemand van gemiddelde lengte kan er namelijk nauwelijks bij om ‘m omhoog te klappen. Zakken zaaigoed erop meenemen gaat ook niet.
Leegmeldsensor ontbreekt
De sensor voor het bewaken van het zaadniveau in de tank kun je zowel aan de voorzijde als linksonder van de tank monteren. De positie linksonder is vooral bedoeld voor fijn zaaizaad zoals koolzaad. Wisselen van positie gaat aan de buitenzijde van de tank. Dat kan zelfs als die vol is. De Venta 330 is niet leverbaar met een leegmeldsensor, zoals de Venta 3030. Tijdens de werktuigtest gaf de vulhoogtesensor zo nu en dan te laat aan dat de tank leeg was. Vooral bij graanzaden en met de sensor in de laagste positie. Ons advies is dan ook om de sensor bij een normaal formaat zaaizaad bovenin de plaatsen.
De vulopening van de tank is 1,37 meter breed en 1,19 meter diep (in de rijrichting gezien). De vulhoogte ervan is vanaf het platform 1,09 meter en 2,13 meter vanaf de grond, en geschikt voor het vullen vanuit zakken en big bags. Met de juiste bak kun je de tank natuurlijk ook vullen met een verreiker of minishovel.
Bekend en goed doseersysteem
Het doseersysteem van de zaaimachine kun je herkennen van de grotere Venta-zaaimachines en van de TF-fronttank. De instelling van het nokkenrad pas je met een spindel aan aan de gewenste dosering. Die kan volgens Kuhn tussen 1 en 430 kg/ha zijn, afhankelijk van grootte en vorm van het zaaizaad. Het insteladvies voor het nokkenrad zie je op de terminal. Voor gerst is dat bijvoorbeeld 48 mm. We deden met de adviesinstellingen goede ervaringen op tijdens het zaaien van koolzaad en wintergranen. Met een uit twaalf componenten samengestelde groenbemester met zeer uiteenlopende korrelgroottes, hadden we als probleem dat het nokkenrad stil bleef staan. Na het vergroten van het slagvolume van het nokkenrad begon het nokkenrad weer te draaien.
Vanuit de tank duwt de luchtstroom de zaden via de stijgbuis omhoog naar de verdeelkop. De ventilator vraagt 27 liter olie per minuut. Via een smoorventiel aan de linkerzijde van de machine kun je het toerental ervan grofweg instellen. Doordat de verdeelkop achter de tank is gemonteerd en niet erin, kun je er vanaf het platform aan de linkerzijde goed bij. Een ander voordeel van deze positie achter de tank is dat slangen naar de kouters korter zijn en mede daardoor niet zo snel doorhangen. Dit voorkomt dat het zaaizaad onbedoeld wordt vertraagd of blijft hangen.
Variatiecoëfficiënt tussen 3,2 en 11,9%
Uit zich dat dan ook in een goede dwarsverdeling? ‘Jein’ in goed Duits. Ofwel ja en nee. Bij wintertarwe wel. Daarbij had de door ons gemeten dwarsverdeling een variatiecoëfficiënt (vc) van 3,2% en dat is goed. Bij koolzaad maten we een vc van 8,9%. Minder goed, maar nog steeds voldoende. En met een gemeten vc van 11,9% voor graszaad is ook nog te leven. Wat opvalt, is dat de vc afneemt als het duizendkorrelgewicht daalt. In het veld was de opkomst bij alle gewassen goed. Onze machine had geen halve-breedte-uitschakeling. Dat is een optie. Wel standaard is de 2 x 2 spuitspoorschakeling. Die hebben we op het biologische akkerbouwbedrijf waar we testten echter niet gebruikt.
Ook qua bediening biedt Kuhn keuze, en wel tussen een Isobus-trekkerterminal en de meegeleverde VT30-terminal. Wij probeerden beide mogelijkheden uit. De VT30 verrast met enkele toetsen naast het display die je op gevoel kunt bedienen. Zeer goed én praktisch. Nog een voordeel: wij konden de terminal meenemen naar het platform van de machine bij het doen van een afdraaiproef. Dan hoef je niet in en uit de trekkercabine te klimmen om waarden in te geven. Het afdraaien an sich is eenvoudig, mede dankzij de goede uitrusting, zoals de op 1 kilo getarreerde opvangzak en de meegeleverde unster.
De toegankelijkheid van het doseersysteem is bij sommige andere merken zaaimachines beter voor elkaar. Het is bij de Venta vooral lastig om de opvangzak voor het afdraaien te bevestigen, het nokkenrad bij te stellen en om eventuele resthoeveelheden uit de tank te verwijderen/laten lopen.
20 cm kortere kouterbalkafstand
Komen we bij de eerder genoemde dubbele Seedflex-schijfkouters met aandrukwielen. Die zijn een bekende verschijning bij Kuhn. De zogeheten Seedflex 100-schijfkouters monteert de fabrikant niet alleen op de Venta 100-serie, maar ook op de Sitera 100. Het belangrijkste verschil met het Seedflex-schijfkouter op de 1000-serie is de 20 centimeter kortere kouterbalkafstand van 15 centimeter. De verdere specificaties, zoals de schijfdiameter van 35 centimeter en het verstek tussen beide schijven van 41 millimeter, zijn identiek.
Kuhn geeft 40 kilo als maximale kouterdruk op, maar wij maten zelfs 46 kilo. Je stelt de kouterdruk met een trekveer in vier stappen in. Dat is wat lastig. Vooral omdat dat dat in ons geval voor 24 rijen afzonderlijk moet. Tijdens de test gebruikten we meestal de derde positie als instelling. De zaaidiepte stel je links en rechts handmatig in met een topstang en een meegeleverde sleutel. Met de zaadafleg en de diepteregeling waren we tevreden.
Ondanks de soms zeer dikke laag gewasresten en de zeer vochtige grond, hadden we geen last van verstoppingen. Dat is niet vanzelfsprekend bij een kouterbalkafstand van 15 centimeter en een rijafstand van 12,5 centimeter. Getuige ook de eerdere sceptische opmerking van de Duitse akkerbouwer waar de werktuigtest plaatsvond. Hier heeft mogelijk ook de Steelliner-nalooprol met lichte voorverdichting aan bijgedragen.
Met € 52.445 relatief voordelig
Kijk je naar de prijs, dan valt die voor de geteste Venta 330 met de HRB 303-rotorkopeg met € 52.445 relatief voordelig uit. Vergeleken met de grotere Venta 3030 heb je met een kleinere zaadtank en een geringer gewicht hetzelfde goede resultaat in het veld.
Ook technisch doet de kleinere Venta-variant niet onder, terwijl er wel een trekker met minder (hef) vermogen voor kan. Daarmee is de Venta 330 een geschikt alternatief voor wie zelf pneumatisch wil zaaien.
Auteurs: Andreas Holzhammer, René Koerhuis
Op zoek naar een gebruikte Kuhn Venta? Kijk op Traktorpool.nl
Gerelateerde tags: Kuhn, Trekkertest, Werktuigtest, Zaaien en Poten, Zaaimachines