Terug naar nieuwsoverzicht

USA | Akkerbouwer bouwt zelfrijdende zaaimachine

In een stuk wuivend gras in de Amerikaanse staat Montana staat het bijzondere sleutelproject van akkerbouwer, sleutelaar en uitvinder Glenn Lindberg: een gigantische, zelfrijdende pneumatische zaaimachine. - Foto's: Mark Pasveer

Glenn Lindberg was akkerbouwer, maar net zozeer uitvinder en sleutelaar. Want eind jaren 60 van de vorige eeuw bouwde hij al een zelfrijdende pneumatische zaaimachine en later nog een tweede variant. De machine staat inmiddels al jaren stil langs de weg. Zijn broer Arnold vertelt er graag over.

Familie Lindberg boerde in het noorden van de staat Montana, zo’n 30 kilometer onder de Canadese grens. Nogal in de ‘middle of nowhere’ – of onvindbaar, zo zou je het ook kunnen omschrijven. Als je eenmaal op de juiste grindweg rijdt, kan het bedrijf je echter niet ontgaan.

In een stuk wuivend gras staat het bijzondere sleutelproject van Glenn Lindberg: een gigantische, zelfrijdende pneumatische zaaimachine. De creatie staat daar al zeker tien jaar onbewogen langs de weg. Glenn Lindberg, die de machine bedacht en bouwde, is een aantal jaren terug overleden. Zijn broer Arnold Lindberg (84), een gepensioneerde spuitvliegtuigpiloot en vliegtuigmonteur, vertelt graag over het project.

Machine met 450 pk

Het akkerbouwbedrijf maakt een enigszins verlaten indruk – een aantal woningen zijn niet meer in gebruik en de machineberging en landbouwgrond worden verhuurd. Maar in de tijd dat Glenn Lindberg zijn zelfrijdende zaaimachine bedacht en bouwde, had hij 800 hectare in gebruik, waarvan steeds de helft braak lag.

Op de vraag wat Glenn bezielde om zo’n gigantische machine te bouwen, vertelt Arnold lachend: “Mijn broer zei altijd gekscherend: ik wil boeren in het weekend en doordeweeks lekker vissen. Het werk moest dus snel gaan. Destijds werkte iedereen met mechanische zaaimachines. Mijn broer wilde niet steeds moeten stoppen om de zaaibakken bij te vullen en ontwikkelde daarom een pneumatische zaaimachine en een machine met hoge capaciteit.”

Boeren uit de buurt lachten Glenn uit, maar de machine werkte uitstekend. “De machine werkt bijna 17 meter breed, dat was voor die tijd écht groot. Er ligt in totaal 450 pk in. Daarmee reed hij 8 kilometer per uur over het land”, zegt Arnold. “Dat was voor die tijd dus een gigantische capaciteit. Er is zelfs een tv-ploeg bij geweest.”

Tekst gaat verder onder de foto; zie meer foto’s onderaan dit artikel

Dit is de eerste zelfrijdende zaaimachine die Lindberg bouwde, met twee handmatige versnellingsbakken. Later bouwde Glenn hier weer een dozerbak achter voor een groot grondverzetproject. De machine is veel gebruikt; manoeuvreren is niet zo’n punt in het ruime Montana.

Dit is de eerste zelfrijdende zaaimachine die Glenn Lindberg bouwde, met twee handmatige versnellingsbakken. Later bouwde Glenn hier weer een dozerbak achter voor een groot grondverzetproject. De machine is veel gebruikt; manoeuvreren is niet zo’n punt in de ruime Amerikaanse staat Montana.

Twee handgeschakelde versnellingsbakken

Glenn Lindberg bouwde twee creaties, waarvoor hij in beide gevallen een ‘scraper’ (dozerbak) als basis gebruikte. De eerste bouwde hij in minder dan een jaar, en die was voorzien van twee GM-zescilindermotoren gekoppeld aan twee handgeschakelde versnellingsbakken. Bij een buurman kwam de carterpan van z’n pick-up eens los en die auto kon Lindberg goedkoop overnemen. Daarom staat er een Chevrolet-cabine bovenop. “Het was eigenlijk een best eenvoudige conversie”, vertelt Arnold. “Vooral het ontwikkelen van de zaaimachine vergde veel werk.” Het frame, de zaaielementen en de hele pneumatische werking heeft Lindberg zelf ontwikkeld.

“De grote beperking van die eerste machine was dat-ie twee handmatige versnellingsbakken had”, herinnert Arnold zich. Zijn broer bouwde een hydraulisch bekrachtigde, op afstand bedienbare koppeling. Arnold legt uit hoe je met de machine wegreed. Hij moet erbij grijnzen: “Je zette de eerste transmissie in z’n versnelling en kroop dan in de Chevrolet-cabine waar je de tweede bak in z’n versnelling zette. Beide koppelingen liet hij los, en zo reed m’n broer weg. Dat werkte wel, maar het viel niet mee om even terug te schakelen op een steile heuvel. Volgens mij heeft m’n broer er toch 10 jaar mee gewerkt, tot hij een tweede versie bouwde.”

De eerste creatie staat nog wel op het erf, maar is later teruggebouwd tot zelfrijdende dozerbak. Lindberg kreeg namelijk een grote grondverzetklus en besloot een Tournedozer-dozerbak met ruim 18 ton laadinhoud te kopen en die achter zijn zelfrijder te bouwen. Met die gigantische machine met twee knikpunten is nog veel werk verzet, herinnert Arnold zich.

Tekst gaat verder onder de foto

De eerste zelfrijdende zaaimachine is later weer teruggebouwd tot scraper. Hier een blik vanaf de cabine, op een van de twee knikpunten van de machine.

De eerste zelfrijdende zaaimachine is later weer teruggebouwd tot scraper. Hier een blik vanaf de cabine, op een van de twee knikpunten van de machine.

Automatische Allison-transmissie

Voor de tweede, verbeterde versie greep Lindberg opnieuw terug op een scraper als basis van zijn ideale zaaimachine. Weer was er een buurman die een pick-up had met motorproblemen. Zodoende pronkte er wederom een Chevrolet-cabine op de machine.

Ditmaal koos Glenn echter voor een automatische Allison-transmissie. Omdat die qua omvang groter is dan de standaard handmatige versnellingsbak die in de scraper zit, maakte Glenn ruimte door een zes-in-lijn-motor te vervangen door een Detroit V6-motor. In totaal ligt daarmee zo’n 450 pk onder de kappen (tweemaal zo’n 225 pk).

Lindberg maakte handig gebruik van de standaard aanwezige elektromotoren die op de scraper aanwezig waren – de vleugels vouwen niet hydraulisch omhoog, maar hangen aan staalkabels en worden opgelierd. Dat verklaart tegelijk waarom de vleugels na al die jaren stilstand nog imposant omhoog staan. De doseerunit wordt aangedreven door een wieltje tegen de achterwielen aan te drukken. Lindberg gebruikte een aantal lange kettingen om de aandrijving compleet te maken.

Turbo van een B17-bommenwerper

Tegenwoordig gebruiken de meeste akkerbouwers in Montana zogenoemde airseeders – pneumatische zaaimachines. Maar in de tijd dat Glenn sleutelde, waren er alleen nog mechanische zaaimachines.

Volgens Arnold was zijn broer de eerste in de wijde omgeving die experimenteerde met luchtdruk. Glenn kocht op een militair depot de turbo van een B17-bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog en dreef die aan met een elektromotor. Daarmee bouwde hij voldoende luchtdruk op voor de bijna 17 meter werkbreedte.

Tekst gaat verder onder de foto

Ook deze vrachtwagen staat in het lange gras geparkeerd, met de deur open. Het is een fraaie White Freightliner. Op de achtergrond rechts, is de toenmalige graanopslag van het akkerbouwbedrijf in beeld.

Ook deze vrachtwagen staat in het lange gras geparkeerd, met de deur open. Het is een fraaie White Freightliner. Op de achtergrond rechts, is de toenmalige graanopslag van het akkerbouwbedrijf in beeld.

Comfortabele cabine

In de nogal knusse cabine valt op dat er geen stuurwiel is. Sturen gaat met twee hendels, waarmee je elektrisch de draaikrans van de scraper gebruikt. Er is een hendel om de automatenbak te bedienen en een gaspedaal, en er zijn schakelaars en trekkoorden waarmee je de zaaimachine bedient. De vloer en deuren zijn bekleed met een vloertapijt, er is een bakkie voor de portofoon en Lindberg bouwde er eigenhandig een airco in. Er is zelfs een computer aanwezig voor de zaaizaaddosering.

De zitpositie is zoals in de originele Chevrolet-pick-up, redelijk onderuit. Kortom: Glenn stak veel moeite in het creëren van een comfortabele werkplek. En die moeite was het waard, blijkt uit de verhalen van Arnold. Want Lindberg heeft 20 jaar gezaaid met zijn creatie, ook in loonwerk.

Auteur: Bob Karsten

Lees meer USA-artikelen online of bekijk het digitale TREKKER-themanummer Roadtrip USA

Niet zozeer het ombouwen van de scraper tot zelfrijdende basis voor een zaaimachine was veel werk, wel het construeren van de zaaielementen en drie ‘vleugels’.

Arnold Lindberg (84), broer van de inmiddels overleden Glenn Lindberg, was vliegtuigmonteur en spuitvliegtuigpiloot. Hij woont nog op het voormalige akkerbouwbedrijf van zijn familie. Er staat onder meer een compacte hangar voor zijn vliegtuig. Arnold vertelt graag over de machines van zijn broer.

Voorop ligt een GM-zescilindermotor en halverwege een Detroit V6-motor. In totaal heeft de zaaimachine daarmee zo’n 450 pk.

De doseerunit van de zaaimachine met kettingaandrijving, onderaan de trechter van de zaaibak. Let ook op de afgeslepen versnellingspook.

Dit wiel wordt tegen de grote wielen aangedrukt en drijft daarmee de aandrijfunit aan. Er is een ook sensor die de omwentelingen telt.

De standaard zes-in-lijn-motor verruilde Lindberg voor een Detroit V6-motor. Die is korter, dus paste er een Allison-automaat in de zelfrijder.

De originele deurgreep heeft het vast begeven. De deur van de zelfrijdende dozerbak open je met de griptang.

Glenn Lindberg bouwde eigenhandig een airco in de cabine. Ook bekleedde hij de deuren en vloer met hoogpolig tapijt en plaatste hij een portofoon in de Chevrolet-cabine.

Geen stuurwiel, maar twee hendels waarmee je elektrisch het knikpunt bedient. De linker hendel is voor de automatische versnellingsbak.

Gerelateerde tags: , ,

Je las zojuist één van je gratis Premium artikelen

Onbeperkt lezen op trekkeronline.nl?
WORD ABONNEE

En lees meteen verder

Al abonnee? Log dan hier in.

Gerelateerde artikelen

Afbeelding artikel

Blog | ‘Het mysterie van de grote witte trekker Big Bud’

Fotograaf Mark Pasveer is samen met redacteur Bob Karsten in de USA op zoek naar de grote witte trekker Big Bud.
Afbeelding artikel

USA | Tweemaal Big Bud 740-trekkers in originele staat

Big Bud bouwde in 1977 de grootste trekker ter wereld: de 16V-747. Daar is er één van gebouwd, die is gerestaureerd...
Afbeelding artikel

USA | Het machinepark van boer Bobby Grogan

Bobby Grogans machinepark in Colorado bestaat uit een grote verzameling klassiekers. Zijn favoriete merk is Allis-Chalmers.
Beheer
WP Admin