fbpx
Terug naar nieuwsoverzicht

John Deere 1630 LS, een kittige driecilinder

Van de John Deere 1630 zijn er relatief weinig gemaakt. De vierwielaandrijving maakt de trekker extra bijzonder. LS staat voor de optie Hi-Lo (Lastschalt Gebtriebe).

In 1972 introduceerde John Deere in Mannheim de 30-serie. Dat begon met de vier- en de zescilinders. In 1975 volgden ook de driecilinders. De 1630 is een relatief zeldzame trekker, en met 56 pk de zwaarste driecilinder van John Deere. Van de iets lichtere 1030 en 1130 maakte de fabriek er tweemaal zoveel.

De 30-serie begon in 1972 met de 68 pk viercilinder 2030 en de 75 pk sterke 2130. Daar zijn er in deze serie ook veruit de meeste van gemaakt: 24.339 respectievelijk 36.064 stuks in zes jaar tijd. Van de 90 pk 3130 verkocht Deere er ‘maar’ 15.702. 70 tot 75 pk was in de jaren zeventig nog veruit de populairste klasse. Van de 1630 produceerde Mannheim net geen 3.000 stuks.

Lees verder onder de foto

Vanaf 1976 waren de 1030, 1630 en 2030 leverbaar met een mechanische vierwielaandrijving. Dat was toelevering van het Zwitserse Schindler. Aantallen zijn niet bekend, maar het is zeker dat het een kleine minderheid is geweest. De zwaardere vier- en zescilinders waren leverbaar met hydrostatische voorwielaandrijving. De Schindler-assen hebben de aandrijfas uit het midden, en mede daardoor is de draaicirkel relatief groot. De hydrostatisch aangedreven voorassen hadden een aanzienlijk kleinere draaicirkel, maar het nadeel was de beperkte trekkracht. Marketingtechnisch zijn allerlei voordelen aan de hydrostatische voorwielaandrijving toegedicht, maar de reden dat Deere ervoor koos was dat het ontwerp van de trekkers ongeschikt was voor een aftakking voor een aangedreven vooras. Dat leidde destijds tot onderhandelingen over samenwerking met Deutz en vergevorderde plannen voor een joint venture met Fiat. Uiteindelijk kwam dat er nooit van.

Opgewaardeerd

De 30-serie is een opgewaardeerde 20-serie die Mannheim vanaf 1967 produceerde. Technisch zijn beide series vrijwel gelijk. De betrouwbaarheid van de motoren van de 30-serie was wel beter dan die van de 20-serie. Die hadden nogal eens last van lekkende cilinderbussen, een gevolg van cavitatie. Op de 30-serie introduceerde John Deere een viergatsverstuiver, en daar hoorde een anders gevormde verbrandingsruimte bij. De boring van de motoren ging van 98 naar 102 millimeter. Een hydraulisch inschakelbare aftakas verving de eerdere mechanische, met een tweetrapsplatenkoppeling geschakelde aftakas.

Nieuwe neuzen

1975 kende een belangrijke verandering: in navolging van de al eerder in de VS doorgevoerde vormgeving, kreeg de 30-serie een veel meer afgeronde neus met geïntegreerde koplampen. De driecilinders kregen uitbreiding met het type 1630. Die trekker leverde 5 pk meer dan de 1130, en haalde dat vermogen uit een grotere boring (net als bij de zwaarste viercilinder uit de serie, de 2130): 106,5 in plaats van 102 millimeter.

Naam: Johan Engberts (61)

De aangedreven vooras is van het Zwitserse Schindler. Inschakelen ging elektrisch, een sperdifferentieel was nog niet leverbaar.

Over het jaar waarin de levering van de 1630 van start ging en over de vormgeving van de trekker kan makkelijk een misverstand ontstaan. De 1630 is namelijk ook in Spanje geproduceerd, net als meerdere andere typen uit de 30-serie. Maar de Spaanse broers en zussen behielden de vormgeving van de 20-serie. In Spanje is de nieuwe vormgeving pas later doorgevoerd, en dat werd de bij ons onbekende 35-serie. Spaanse John Deere’s zijn hier ook verkocht: de smalspoortrekkers in die tijd kwamen altijd uit de fabriek in Spanje. Van de 1630 zijn ook smalspoor (wijnbouw)uitvoeringen gebouwd. Daarnaast waren er ook nog een type met extra bodemvrijheid en een juist wat lager gebouwde trekker voor de fruitteelt.

Lees verder onder de foto

Beroep: loonwerker

De achteras heeft wel een sperdifferentieel. En typisch voor John Deere’s van deze generatie, is het gegeven dat het pedaal links van de versnellingsbak zit – waar dat bij de meeste trekkers rechts te vinden is. Ook markant is dat het pedaal is gekoppeld aan een hendel die je met de hand kunt bedienen.

Vanaf 1974 leverde John Deere op de vier- en zescilinders af fabriek een gemonteerde veiligheidscabine. Vanaf 1977 was die ook op de driecilinders leverbaar, hoewel die toen nog veel met rolbeugels zijn geleverd.

In 1979 volgde de 1640 de 1630 op. Op veel punten een andere trekker: de voorwielaandrijving werd een centraal aangedreven as van ZF, de versnellingsbak gesynchroniseerd, de SG2-cabine was leverbaar en de driecilinder motor maakte plaats voor een 62 pk viercilinder. In de basis dezelfde motor als eerder in de 2130 van 75 pk. De 1640 heeft bovendien een 22 centimeter langere wielbasis en ook meer eigen gewicht.

Gerelateerde tags:

Gerelateerde artikelen

Afbeelding artikel

Klassieker | Polderpionier Massey Ferguson 1200, een iconische trekker

Pieter de With is trotse bezitter van een Massey Ferguson 1200-trekker die Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders in 1975 in gebruik nam.
Afbeelding artikel

Klassieker | Massey Ferguson 2745 ontworpen voor 200 pk

In 1976 introduceerde Massey Ferguson een nieuwe trekkerserie waarmee de fabrikant de competitie aanging in de categorie tot 200 pk.
Afbeelding artikel

Klassieker | Itse Bos met zijn John Deere 1120

Itse Bos mag graag wat klussen met de John Deere 1120 die hij samen met zoon Robin opknapte.
Beheer
WP Admin