fbpx
Terug naar nieuwsoverzicht

Unieke techniek tractorpullingteams Mien Masjien en Dutch Viper

Marcel Waninge (l.) van tractorpullingteam Mien Masjien en Patrick van 't Ende van team Dutch Viper delen samen een loods. Ze passen de Viper-motor in het chassis, na een update aan het smeersysteem.Foto’s: Koos Groenewold

Tractorpullingteams Mien Masjien en Dutch Viper in Elburg (Gld.), komen beide uit in de Light Two Wheel Drive-klasse. Ze delen samen een loods en bedienen zich allebei van onconventionele techniek. TREKKER nam een kijkje en hoorde de beweegredenen achter deze bijzondere keuzes.

De Light Two Wheel Drive-klasse zag in 2015 het levenslicht, als budgetvriendelijker alternatief voor de zware Two Wheel Drives. Met een lager eigen gewicht (1.650 in plaats van 2.600 kilo) en beperkte motorlimieten ging de competitie met vier tractorpullers van start. In de loop der jaren groeide de klasse gestaag, voor 2026 staan acht deelnemers ingeschreven.

Mien Masjien kampioen bij debuut

Marcel Waninge is eigenaar en rijder van Mien Masjien. De witte Ford Capri kwam in 2016 op de baan met een methanolgestookte Chevrolet Big Block met een inhoud van 8,3 liter onder de motorkap, en werd in zijn debuutjaar meteen kampioen. In 2019 en 2023 werd de machine nogmaals kampioen. “Ja dat ging mooi”, glundert Marcel, “maar het niveau in de klasse is de laatste jaren flink omhoog gegaan, waardoor de motor nu vermogen tekortkomt.”

De bedoeling was om vanaf 2026 met een nieuw motorconcept te rijden, maar door grote motorschade halverwege 2025 besloot Marcel om de oude motor niet meer op te bouwen, en de introductie van de nieuwe motor naar voren te trekken. Met vereende krachten stond de machine in Oudenhoorn weer aan de start. Drie wedstrijden heeft het team door de zelfgekozen ombouw gemist.

Lees verder onder de foto’s en kader

Het complete turbosysteem inclusief uitlaatspruitstukken, zoals dat op de Chevrolet LS1 van Mien Masjien staat.
Het complete turbosysteem inclusief uitlaatspruitstukken, zoals dat op de Chevrolet LS1 van Mien Masjien staat.

Met kleinere motor een turbo

Het reglement van de Light Two Wheel Drive-klasse laat verschillende brandstoffen toe: benzine, methanol en diesel. Met uitzondering van methanol is ook een turbo toegestaan, in combinatie met een kleinere motor.

Marcel koos bij het nieuwe motorconcept voor een Chevrolet LS1, nog met de standaard inhoud van 5,3 liter, waar 6,0 liter is toegestaan. Voorzien van turbo en lopend op benzine mag deze strijden tegen atmosferische motoren op methanol met een slagvolume tot 8,5 liter, of op benzine tot 9,0 liter. “Ik heb schriftelijke toestemming van de N.T.T.O. ontvangen om ook op aan de pomp verkrijgbare E85 te rijden, een brandstofmengsel met 85% ethanol”, vertelt Marcel.

Moderne injectie

Met de komst van een turbo, die overigens een Chinese kopie is van een Borg Warner-exemplaar, moet ook de injectie turbodruk-afhankelijk worden gemaakt. Marcel koos ervoor om niet de mechanische oplossing van de Superstocks te kiezen, maar te gaan voor de weg van elektronische injectie.

Een Maxx ECU vormt het hart van het systeem. Marcel: “Ik kreeg bij dit systeem hulp van team Ruff Stuff, dat in de Limited Superstock met een soortgelijk systeem rijdt. Ook met Sacha Mecking uit Duitsland heb ik contact.” Sascha zat vroeger bij het Green Monster-team, en heeft nu een eigen Limited Modified met twee Chevrolet LS-motoren met turbo en elektronische injectie.

De Chevrolet LS1 heeft zesbouts hoofdlagerkappen. Vier bouten steken van onderen door de lagerkappen, per zijde geeft een extra bout aanvullende stevigheid.
De Chevrolet LS1 heeft zesbouts hoofdlagerkappen. Vier bouten steken van onderen door de lagerkappen, per zijde geeft een extra bout aanvullende stevigheid.

Turbo in het voordeel?

Het rijden met de nieuwe krachtbron is ook anders. Voorheen werkte de centrifugaalkoppeling uitsluitend op toerental: gewoon gas geven en hij rolt vanzelf weg. Met een turbomotor moet je eerst de motor op toeren brengen, daarna turbodruk opbouwen en dan pas wegrijden. De centrifugaalkoppeling kreeg dus een druklager en koppelingspedaal, om het aangrijpen van de koppeling zelf te kunnen bepalen.

De limieten lijken in het voordeel van de turbomotoren. Afgelopen seizoen werd Green Bullet tweede in het kampioenschap met turbodiesel, en komend seizoen komt er nog een turbodiesel bij in de klasse. “Ik verwacht het nieuwe seizoen nog niet voor het kampioenschap te gaan. Ik zie het als een leerjaar, bedoeld om de nieuwe motorcombinatie onder de knie te krijgen. Als dat allemaal goed lukt, gaan we in 2027 echt gas geven!”, zo besluit Marcel.

Motoronderdelen liggen netjes gerangschikt in de kast. De rechter kast bevat onderdelen voor de oude Big Block van Mien Masjien, de linker van de nieuwe LS1.
Motoronderdelen liggen netjes gerangschikt in de kast. De rechter kast bevat onderdelen voor de oude Big Block van Mien Masjien, de linker van de nieuwe LS1.

Unieke krachtbron voor Dutch Viper

In 2019 stapte Patrick van ’t Ende in de klasse met zijn Dutch Viper. Hij wilde wel meedoen, maar dan moest het iets unieks zijn wat nog niet op de baan stond.

Zo kwam Patrick bij een Dodge Viper V10 als krachtbron voor zijn nieuwe puller. Dat hij zichzelf daarmee de nodige moeilijkheden op de hals haalde, beseft hij terdege, want Viper V10’s zijn dun gezaaid. Dat begon al bij de aankoop van het blok: pas na het winnende bod op eBay beseften ze dat de motor in het uiterste zuidpuntje van Duitsland stond, op zo’n 900 kilometer afstand. Patrick: “Om drie uur in de nacht reden we van huis weg, plankgas over de Duitse Autobahn met een Volkswagen Transporter, om vervolgens laat in de avond met de Viper-motor weer thuis te komen.”

Onderdelen weinig te koop

Ook onderdelen van deze motor zijn moeilijk te vinden. Dat geldt voor de eerdere generaties waarmee Patrick rijdt al helemaal. En dan hebben we het nog niet eens gehad over opvoerspul: voor een V8 is een wereld aan onderdelen te krijgen, maar voor een V10 nauwelijks. Dat betekent veel dingen zelf maken, en creatief combineren.

Een voorbeeld daarvan is de zelfgemaakte motorplaat, die tevens fungeert als vliegwielafscherming. Het vliegwiel van de V10 draait namelijk binnen het aluminium gietwerk van het blok. Patrick nam een 40 mm dikke staalplaat en liet deze eerst spanningsarm gloeien om kromtrekken te voorkomen. Vervolgens freesde hij deze terug tot een dikte van 15 mm, maar liet een 10 mm dikke ring staan. Deze valt precies binnen de aluminium behuizing van het motorblok. Een door JvG Innovatie speciaal voor de Viper gemaakt vliegwiel past hier weer exact binnenin. Aan de achterkant van de motorplaat zit het gatenpatroon van een Chevrolet, om zo een koppelingsafscherming hiervan te kunnen toepassen.

Achter de koppeling zit een ZF-versnellingsbak waarvan Patrick alleen de derde versnelling en de achteruit gebruikt. De lagering aan de voorkant van de ZF-bak is minimaal, reden om achter in het koppelingshuis een extra lager te monteren.

Vanwege lagerschade, veroorzaakt door slijpsel in de olie, kreeg de Dodge V10 een extra fijnfilter in het smeersysteem. Het filter is afkomstig uit de hydrauliekwereld.
Vanwege lagerschade, veroorzaakt door slijpsel in de olie, kreeg de Dodge V10 een extra fijnfilter in het smeersysteem. Het filter is afkomstig uit de hydrauliekwereld.

Smeersysteem verbeterd

Op de wedstrijd in Loerbeek afgelopen jaar schoot de Viper-motor in de toerenbegrenzer als gevolg van weinig grip op de steeds natter wordende baan. Hetzelfde gebeurde een maand later op de wedstrijd in Eext, toen als gevolg van een gebroken steekas.

Reden om de puller de rest van het seizoen thuis te laten. Door zo’n toerenpiek ontstaat namelijk schade aan de drijfstanglagers. Deze krijgen nu een paar honderdsten meer speling. “Daarnaast ontdekten we slijpsel in de olie. Die is volgens een specialist afkomstig van de cilinderbussen”, vertelt Patrick. “Ook dit is schadelijk voor de lagers. Reden waarom we het smeersysteem van de motor uitbreiden met een extra fijnfilter, afkomstig uit de hydrauliekwereld. Daarmee moeten de lagerproblemen komend seizoen uit de wereld zijn.”

Van de Opel Kadett City gebruikte Patrick alleen de body. De motor en versnellingsbak vormen, samen met een ingekorte BMW-achteras, de basis van Mien Gresmasjien.
Van de Opel Kadett City gebruikte Patrick alleen de body. De motor en versnellingsbak vormen, samen met een ingekorte BMW-achteras, de basis van Mien Gresmasjien.

Uitdagende balans

Patrick heeft nog steeds geen spijt van zijn keuze voor de korte Opel Kadett City-body: “Mijn idee was om een echte wheelymaker te bouwen. Aangezien je de body volgens het reglement niet mag aanpassen, volgt daar automatisch uit dat de machine een zeer korte wielbasis heeft. Dat maakt het balanceren van de puller een hele uitdaging, en het leidt regelmatig tot onstuimige runs.” Met het stijgen van het vermogen wordt dit er niet beter op. Wel kan Patrick door de korte achteroverhang met een korte trekhaak rijden.

“Ik vind het nog steeds mooi dat het gelukt is om zo’n lummel van een motor in de originele motorruimte van de Kadett te lepelen”, aldus Patrick. Toch kijkt hij voor een langere wielbasis ook stiekem al een beetje naar de koets van een Opel Manta. Ook deze zijn moeilijk te vinden, maar stel je toch eens voor: een Opel Manta en een Ford Capri uit dezelfde loods, back to the seventies

Gerelateerde tags: , , ,

Gerelateerde artikelen

Afbeelding artikel

Ursus werkt aan terugkeer met nieuwe trekkers

Trekkermerk Ursus komt vermoedelijk terug op de trekkermarkt met vijf nieuwe modellen van 60 tot 150 pk, zo meldt de Poolse...
Afbeelding artikel

Fonkelnieuwe Big Bud KTTA 700 steelt de show

Nick en Scott Welker transformeerden het frame van een oude Big Bud-trekker tot een fonkelnieuwe Big Bud KTTA 700 op vette...
Afbeelding artikel

Getest | Valtra T214 Direct is niet probleemloos, nog wel kosteloos

Duurtest van een Valtra T214 Direct die in 3 jaar ruim 3.000 uur draaide op een gemengd bedrijf, plus ervaringen van...