Voerkeuken nu nog de standaard, automatisch voeren in opmars
Automatisch voeren treedt steeds meer naar de voorgrond. De producten worden volwassener en de voordelen raken steeds meer bekend. Opvallend is dat juist de familiebedrijven eerder in beeld zijn als klant dan grote bedrijven boven 300 grootvee-eenheden. Acht fabrikanten die actief zijn in Nederland, leggen uit hoe dat zit.
In Nederland verkopen acht fabrikanten voerrobots. Het Oostenrijkse Hetwin heeft geen vertegenwoordiging meer in Nederland en Schuitemaker is gestopt met de Innovado. De robots van Wasserbauer zien we bij ons onder de merknaam Boumatic. Een rondgang langs de fabrikanten leert dat de markt de afgelopen jaren gestaag groeit. Waar sommigen zeggen dat deze ontwikkeling lijkt op de acceptatielijn van de melkrobot, zijn anderen iets terughoudender.
Over het algemeen zijn de fabrikanten het er wel over eens dat automatisch voeren in de nabije toekomst sneller geaccepteerd zal worden. Melken wordt nog steeds gezien als een arbeidsintensieve klus waar een robot veel verschil maakt, in tegenstelling tot dagelijks een rantsoen mengen. Daarbij is het aandeel melkrobots dusdanig groot dat het vertrouwen in de rentabiliteit ervan hoger is dan bij automatisch voeren.
Forse vraag naar automatische voeren
Toch zien de fabrikanten de tendens veranderen en stijgt de vraag fors. Met name de geitenhouderij en de vleesveesector stappen vlot in deze vorm van automatisering.
Sommigen beweren zelfs dat de tijdsbesparing bij automatisch voeren groter is dan bij automatisch melken. Immers, het is niet gezegd dat je minder tijd tussen de koeien kwijt bent als je overgaat van traditioneel melken naar robotmelken.
Bij automatisch voeren ligt dit anders, dan kun je wat anders gaan doen. Zeker wanneer je meer dan zes keer vers voer voor de koeien brengt. Daar komt bij dat bekwaam personeel dat secuur genoeg is om dagelijks hetzelfde rantsoen te maken, schaars is.
Overweging zelfrijder
Alle fabrikanten noemen zonder na te denken arbeidsbesparing als reden nummer 1 om over te gaan naar automatisch voeren. In sommige gevallen zit er nog een stap tussen: de zelfrijdende voermengwagen. Dat geldt vooral voor bedrijven die momenteel met een losse mengwagen voeren. Om een vracht voer te draaien is het nodig de mengwagen in de buurt van de kuilen te zetten en vervolgens het ladende voertuig te halen. Liggen de kuilen ver uit elkaar, dan is het soms nodig de wagen te verzetten.
Alle voornoemde stappen sla je over met een zelfrijder. Ook als de kuilen goed bij elkaar liggen rijd je met een losse mengwagen de helft van de tijd met een lege bak rond. In die zin is een zelfrijder efficiënter. Kijk je echter naar de kostprijs, dan zit je dicht bij de prijs van een automatisch voersysteem. Daarnaast verminder je het risico op afwijkingen in het rantsoen omdat een robot vaak secuurder en constanter laadt dan een mens.
Toch is een voerrobot niet altijd de winnaar aan tafel. Heb je bijvoorbeeld twee of meer locaties waarop je voert en ben je niet van plan meerdere vrachten per dag te voeren, dan blijft de zelfrijder vaak favoriet.
Lees verder onder de foto’s

Vaker voeren
Wanneer is een automatisch voersysteem dan interessant? De kunst is om voorbij de kostprijs te kijken. Hoewel het een kostbare investering is, kleven naast arbeidsbesparing diverse voordelen aan automatisch voeren.
Door vaak (lees: zes tot tien keer per dag) vers voer voor de koeien te draaien, investeer je in diergezondheid. De dieren hebben minder last van concurrentie door rangorde, nemen meer voer op, en het constante ritme is beter voor de pensbacteriën en dus de vertering en de algemene koegezondheid. Hierdoor moet de voerefficiëntie hoger zijn, volgens de fabrikanten.
Ook zou het aandeel restvoer lager liggen doordat het vee vaker een vers rantsoen krijgt, en niet de neus ophaalt voor het laatste beetje dat muf ruikt of zelfs gaat broeien.
Bovendien is het makkelijker om in groepen te voeren, zowel bij de lacterende als de droge koeien en het jongvee, zonder dat dit meer tijd kost. Zo kun je elke groep exacter voeren.
Verder zijn de meeste systemen elektrisch aangedreven. Hiervoor kun je zelf opgewekte energie benutten in plaats van brandstof. Tevens kun je bij elektrische voersystemen gebruikmaken van MIA/Vamil-regelingen. Niet doorslaggevend, maar soms mooi meegenomen.
Ook inpasbaarheid grote uitdaging
Hoe mooi de voordelen op papier ook lijken, het is niet gezegd dat automatisch voeren bij ieder bedrijf past. De meest genoemde horde is toch wel de angst voor kapitaalbederf. Omdat voerrobots nog niet zo zijn ingeburgerd als melkrobots, zien boeren op tegen de forse investering en de verandering van de bedrijfsvoering. Je kunt niet zomaar terug als het toch niet bevalt zonder er geld mee te verliezen.
Naast de doseerunit die door de stal gaat, moet bij alle fabrikanten een voerkeuken worden ingericht. Zelfs bij de Kuhn Aura-voerrobot ontkom je niet aan een plaats waar de robot los gestorte producten en mineralen laadt. Bij de andere fabrikanten is de ruimte die je nodig hebt voor de voerkeuken wel groter. Of dit in een bestaande loods kan of dat een aparte loods voor nodig is, speelt mee in de besluitvorming.
Tevens is het goed om te realiseren dat niet elke opstelling direct geschikt is voor het voeren van lasagnekuilen. De meeste systemen frezen blokken in de bunker of de kuil in laagjes af.
TKS werkt iets anders: daar vul je eenmaal daags een mengkuip, waaruit de machine gedurende de dag voert. Bunkers zijn wel een mogelijkheid.
Bij Lely kun je een kuil met twee lagen wel voeren, maar moet je de lagen apart in de voerkeuken neerzetten of in de instellingen aangeven dat een blok uit twee lagen bestaat, zodat de grijper de juiste hoeveelheden kan afnemen. Kuil je meerdere snedes in één silo, dan heb je een aparte doseerunit of mengkuip nodig die het gras eerst mengt.
Sommige voerkeukens vereisen dat blokken van lasagnekuilen er haaks worden ingegooid, zoals de Trioliet T30-voerkeuken en de Gea-voerbunkers. Zo zorg je ervoor dat de laagjes gelijkmatig bij de doseerfrees komen. Eigenlijk zegt elke fabrikant dat lasagnekuilen voeren mogelijk is, dus duik hier goed in vóór je een klap op de knop geeft.

Uitkuilen nog in prille beginfase
Kuhn presenteerde in 2022 na tien jaar ontwikkeling een kuil-naar-koeconcept. De robot kuilt zelf uit en brengt dit bij de dieren. Hiermee neemt het bedrijf een van de voornaamste kritiekpunten weg: je hoeft niet eerst een voerkeuken te vullen. Komend jaar verkoopt Kuhn de eerste in Nederland en in 2027 zullen er nog één of twee volgen.
Kuhn start het gefaseerd op, zodat dealers de tijd kunnen nemen voor specialisatie; de opstart moet goed zijn voor een vertrouwde toekomst, zo schetst de fabrikant. Ook de Poolse fabrikant EM Machinery (voorheen Euromilk) brengt zijn eerste elektrische zelfladende voerrobot komend jaar naar Nederland. EM heeft echter nog een afgesloten voerkeuken nodig om te kunnen laden. Uitkuilen met een zelfrijdende unit is alléén nog bij Kuhn toegestaan. Boumatic kan een losse frees bij de kuil zetten die via een buis het voer naar de voerkeuken blaast.
Concurrerende fabrikanten geven te kennen dat ze de ontwikkelingen op de voet volgen, maar zeggen allemaal dat er nog géén concrete plannen bestaan voor een zelfladend systeem. Hoewel we het gerucht horen dat Lely aan een vergelijkbaar systeem werkt, wordt dit ontkent. De voornaamste redenen zijn de uitdagingen rondom veiligheid, capaciteit en energie. Veiligheidsregels zijn enorm strikt en maken de verkoop dusdanig lastig, dat voorlopig pas op de plaats wordt gemaakt.
Ook is er een vraagteken rondom capaciteit en energie. Het frezen en laden kost energie. Kuhn heeft een brandstofmotor en de elektrische EM mengt pas bij het oplaadpunt, omdat dit volgens de fabrikant flink energie vraagt. Voorlopig moeten de fabrikanten concessies doen voor de extra benodigde energie: Kuhn in de vorm van een brandstofmotor en EM door even stil te gaan staan en wat in te leveren op capaciteit. Kuhn werkt overigens wel aan een elektrische variant. Eigenlijk zijn alle fabrikanten wel overtuigd van de potentie van een zelfladende voerrobot, en dat de techniek er klaar voor is. Maar wet- en regelgeving blijven een hoofdpijndossier en remmen op dit punt.
Begin vroeg met overwegen voerrobot
Samenvattend: het is duidelijk dat er flink potentieel zit in de markt. De voordelen zijn er, het is niet alleen meer voor de grotere bedrijven weggelegd en ontwikkelingen gaan hard. Het kan daarom geen kwaad om vroegtijdig na te denken of dit bij je past, en het eens te laten uitleggen en doorrekenen.
Wacht niet tot je mengwagen of zelfrijder halsoverkop vervanging behoeft, want overstappen naar een voerrobot is net als bij de overstap naar automatisch melken niet zomaar gedaan. Het vertrouwen moet, net als de markt, groeien.
Auteur: Jacco van Erkelens
Gerelateerde tags: Robots, Voerrobots, Voertechniek