fbpx
Terug naar nieuwsoverzicht

Klassieke trekker met drie levens

Boven: De trekker van Joost de Pinth blijkt bij nader inzien een Duitse uitvoering te zijn, te herkennen aan wat bredere spatborden.

De Fiat 1300 van Joost de Pinth kwam als cabinetrekker met vierwielaandrijving uit de fabriek. Na een tweede leven als puller, slijt de trekker de rest van zijn leven als originele 2wd-trekker.

In 1968 introduceerde Fiat een nieuwe serie trekkers. Behalve verbeterde techniek had deze ook een volledig andere vormgeving. Modellen zoals de 450 en 550 zijn in Nederland veel verkocht. Deze vormgeving van de trekkers bleef kenmerkend voor alle Fiat-trekkers die daarna nog zouden volgen, tot het moment in 1975 dat de eerste modellen van de 80-serie het daaropvolgende design én de nieuwe cabine van de toekomstige Fiat-trekkers meekregen.

De Fiat 900 was in 1968 de eerste en enige zescilinder in de serie, goed voor 85 pk. Maart 1971 stond op de Sima in Parijs de eerste Fiat 1000, plus een prototype van een Fiat 1200. De Fiat 1000 had de motor van de 900, met een grotere boring (100 in plaats van 95 millimeter) en 95 pk sterk. De Fiat 1200 had een 7,4 liter zescilinder motor die goed was voor 120 pk bij 2.100 omw/min. Een bijzonderheid toen was dat de 1200 standaard met hydrostatische besturing zou worden geleverd. En Fiat maakte bekend de trekker ook met vierwielaandrijving te gaan leveren.

Lees verder onder de foto

Hangende pedalen en een vlakke vloer, supermodern in 1973. Fiat paste, net als enkele andere fabrikanten destijds, stuurversnelling toe.

In 1973 heel modern: een hendel achterop om de hefinrichting te bedienen. Rechts het draaipunt van de kantelcabine.

Lovende kritiek

De 1200 kwam er nooit, maar een jaar later stelde de fabrikant op de Sima het type 1300 voor. Weer met de boodschap dat het model nog ongeveer een jaar op zich zou laten wachten. Toen die 1300 eenmaal op de markt kwam, kreeg Fiat veel lovende kritiek: standaard hydrostatische besturing, een vlakke vloer, hangende pedalen, en een voor die tijd heel moderne, geluidsarme cabine. Fiat leverde de 1300 met 130 pk motorvermogen en 115 pk aan de aftakas. Vanaf 1976 liet het de motor meer toeren draaien, wat resulteerde in 150 pk bij 2.400 omw/min: de 1300 Super was geboren.

In Nederland is de 1300 behoorlijk goed verkocht. Waarschijnlijk uitsluitend met af-fabriek geleverde cabine, en in meerderheid met vierwielaandrijving – maar is ook als tweewielaangedreven wel geleverd. In Italië en andere zonnige streken is de 1300 ook vrij veel verkocht met uitsluitend een zonnedak, gebaseerd op de standaard cabine.

Met de komst van de 80-serie stopt Fiat met de OM-krachtbronnen en monteert het eigen motoren.

Lees verder onder de foto

Hangende pedalen en een vlakke vloer, supermodern in 1973. Fiat paste, net als enkele andere fabrikanten destijds, stuurversnelling toe.

Kleine verschillen

Op afstand bekeken, lijken de Fiats 1300 en 1300 Super, op het motorvermogen na, allemaal één pot nat. In detail kom je toch verschillen tegen. De trekker van Joost de Pinth blijkt bij nader inzien een Duitse uitvoering te zijn, te herkennen aan wat bredere spatborden. Nog specifieker voor de Duitse markt is de aparte handrem. Het mechanisme daarvan is hetzelfde als bij trekkers die in Nederland zijn geleverd, maar de rem zelf is anders. Daar kom je achter als je onderdelen zoekt, want die zijn voor de Duitse uitvoering lastig te vinden. De 1300 lijkt veel op de eveneens populaire 1000, maar die is door de kleinere motor lichter. De motorkap blijkt, ondanks dezelfde vormgeving, bij een 1300 hoger te zijn.

Lees verder onder de foto

In 1973 heel modern: een hendel achterop om de hefinrichting te bedienen. Rechts het draaipunt van de kantelcabine.

De aftakas schakel je simpelweg van 540 naar 1.000 toeren door twee blokken los te schroeven en de as een beetje op te schuiven.

Super

Als gezegd verhoogde Fiat in 1976 het motorvermogen door het toerental op te schroeven. De 1300 werd 1300 Super. Turbo’s zijn op de 1300’s nooit geleverd, hoewel die techniek in hun tijd toch al opgang maakten. Behalve het vermogen zijn er andere verschillen. De Supers hadden een op het oog min of meer dezelfde, maar toch net wat andere cabine van Siac. De cabine op de 1300’s heeft vooral een wat vlakker lopend achterraam. En hij is kantelbaar; bij de 1300 Super staat de hut er vast op. Inwendig blijken bij de Super het kroon- en pignonwiel te verschillen. De aangedreven vooras is eveneens anders.

Zowel de 1300 als de 1300 Super hebben een 540 en 1.000 toerenaftakas, maar daar komt een beetje sleutelwerk aan te pas: twee blokken losdraaien, de as wat naar achteren schuiven en weer vastzetten. Zo pakt de aandrijflijn binnenin een andere vertanding. Een kruipbak was optie, onder last schakelen was er toen bij Fiat nog niet bij.

Tekst: Martin Smits

Foto’s: Hans Prinsen en Martin Smits

Gerelateerde tags:

Gerelateerde artikelen

Afbeelding artikel

Klassieker | Massey Ferguson 2745 ontworpen voor 200 pk

In 1976 introduceerde Massey Ferguson een nieuwe trekkerserie waarmee de fabrikant de competitie aanging in de categorie tot 200 pk.
Afbeelding artikel

Klassieker | Itse Bos met zijn John Deere 1120

Itse Bos mag graag wat klussen met de John Deere 1120 die hij samen met zoon Robin opknapte.
Afbeelding artikel

Zeldzame combi Fendt 104S met mestverspreider

Hans ten Napel is de trotse eigenaar van een klassieker, een Fendt 104S. Daar zijn er wel meer van, maar die...
Beheer
WP Admin